Zo werken samenwerkingsverbanden in het passend onderwijs

Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden hebben scholen een zorgplicht. Scholen werken daarbij samen, meestal in regionaal verband. Deze samenwerkingsverbanden zorgen ervoor dat er een passende plek is voor alle leerlingen in de regio.

Zorgplicht scholen

Scholen moeten ervoor zorgen dat een kind dat extra begeleiding en ondersteuning nodig heeft, altijd een passende plek krijgt. Deze verplichting voor scholen heet zorgplicht. Dit geldt voor kinderen die op school zitten en kinderen die worden aangemeld. De school zoekt in overleg met de ouders een passende plek. Dit kan zijn: de eigen school; een andere gewone school als de school van keuze de benodigde hulp niet kan bieden; een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Met de zorgplicht wil de overheid voorkomen dat kinderen van school naar school worden gestuurd. Bijvoorbeeld omdat er op de school van keuze geen passend onderwijs voor ze is.

Regionale samenwerkingsverbanden

Om ervoor te zorgen dat scholen met elkaar samenwerken zijn regionale samenwerkingsverbanden opgericht. Hierin werken gewone scholen en scholen uit het speciaal onderwijs samen. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over welke begeleiding de reguliere scholen bieden, welke leerlingen een plek krijgen in het speciaal onderwijs en over de verdeling van de ondersteuningsmiddelen. In totaal zijn er bij de invoering van passend onderwijs 152 samenwerkingsverbanden opgericht: 77 in het primair onderwijs (po) en 75 in het voortgezet onderwijs (vo). In de samenwerkingsverbanden maken besturen voor het regulier en speciaal onderwijs onder andere afspraken over: de basisondersteuning die reguliere scholen kunnen bieden; welke leerlingen geplaatst kunnen worden in het speciaal (basis) onderwijs; de verdeling van de ondersteuningsmiddelen. Voor de leerling is het belangrijk dat samenwerkingsverbanden een dekkend voorzieningenaanbod in de regio realiseren, zodat elk kind in de vertrouwde omgeving passend onderwijs kan volgen.